Feedback ontvangen en nu?

Mijn verhaal voor de verhalenbundel ‘Het Boekenparadijs’ is nagekeken door de redactie en gelezen door een aantal proeflezers. Iedere keer vind ik dat weer spannend. Het moment dat je je verhaal de wereld in stuurt en het gelezen wordt is de ultieme test. Komt alles over zoals ik het in gedachten had? Hoe wordt het verhaal ontvangen?

Wat blijkt:

  1. Zoveel lezers zoveel meningen.

Allemaal hebben ze wel iets te zeggen over het verhaal. De terugkoppeling die ik ontvangen heb is zeer waardevol. Ik kan ermee aan de slag; herschrijven waar nodig en grondig schrappen.

2. Twee proeflezers vallen over de geloofwaardigheid van dezelfde passage.

Daar moet aan gewerkt worden. Het is heel fijn dat er duidelijk vermeld is waarom het niet overtuigend overkomt. Nu ik het commentaar lees is het alsof er een licht aangaat in mijn hersenen en met deze informatie kan ik die scene opnieuw schrijven.

3. Er staan toch nog fouten in.

Taalfouten en zelfs nog een knip-en-plak fout. Herkenbaar?
Tijdens het schrijfproces: het lezen, herlezen en nog een keer sleutelen aan de tekst is er een blinde vlek ontstaan. Je zit zo diep in het verhaal dat je het niet meer ziet. De spellingcontrole haalt de fouten er ook niet uit, iemand met een frisse blik wel.

4. Eén van mijn valkuilen kwam weer naar voren.  

‘Hij is er als de kippen bij. Haantje de voorste om zijn opbrengsten in te pikken. Vorige maand was hij nog een kale kip geweest – van een kale kip kun je niet plukken. Maar nu hij met zijn antiquariaat een potentieel gouden ei in handen heeft, is zijn afperser vastbesloten hem een poot uit te draaien.’
Een typisch gevalletje stijlbreuk. Dit is niet langer te lezen in mijn verhaal.

5. De schrijfstijl van de schrijver valt bij de proeflezer in de smaak of niet.

Hier word je mee geconfronteerd als je feedback krijgt. Wil je het aanpassen of blijf je dichtbij jezelf en gebruik je je artistieke vrijheid en laat je het staan – in je eigen authentieke stijl. Iets om over na te denken.

6. De sfeer van mijn verhaal is heel anders dan de proloog.

Alle vijftien schrijvers hebben dezelfde proloog gekregen, dat was het vertrekpunt.
‘Verheugd kijkt Quinten op. Wie zal het zijn? Wie treedt het paradijs binnen?’ Zo eindigt de proloog, die geschreven is door iemand anders. Het is een mooie uitnodiging waardoor je in je eigen verhaal alle kanten uit kan. Vijftien verschillende verhalen zijn er geschreven waarvan er misschien één in dezelfde stijl is als de proloog omdat dat dezelfde schrijver is.

Na een laatste kritische blik heb ik alsnog details, favoriete zinnen of hele scènes die – hoe leuk ze ook waren – geschrapt. Bijvoorbeeld het pistool. Het was een detail leuk voor de spanning maar niet interessant als dat pistool niet afgaat. Weg ermee.

Inmiddels heb ik al een hele lijst met aanwijzingen waar ik op moet letten als ik mijn eigen teksten nalees en herschrijf. Nu kan ik er nog een paar adviezen aan toevoegen.

Ik ben de redactie en de proeflezers heel dankbaar voor de terugkoppeling die ik gekregen heb. De fouten zijn uit mijn verhaal gehaald, ik moet er niet aan denken dat mijn verhaal in de bundel nog spelfouten zou bevatten. Het verhaal is er sterker door geworden en ik heb er veel van geleerd.

Het schrijven en uitgeven van een gezamenlijke verhalenbundel is een heel proces. Met het ontvangen en verwerken van de feedback zijn we weer een stapje verder en een ervaring rijker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *